Werken
voor een muzikantenblad is een hectisch bestaan. Zo lees je de ene dag op je eigen blog nog de met dichterlijke vrijheden onderbouwde suggestie dat je een slordige werker zou zijn en raas je de volgende dag alweer met hoge snelheid over de Autobahn richting Frankfurt. En wel omdat je zo gauw mogelijk naar de grootste muziekinstrumentenbeurs van Europa wilt. Want alleen op de jaarlijkse Musikmesse in Frankfurt vind je een eindeloze verzameling van de meest fantastische gitaren, synths, bassen, drumstellen, versterkers, piano’s, effectpedalen, exotische instrumenten, gitaarbanden, kabels, plectrums en… wel, je kunt het zo gek niet bedenken of het is er. Elk merk dat er toe doet, of er graag toe wil doen, presenteert zich hier en voor de redactie van een muzikantenblad voelt het of je een paar dagen mag ronddwalen in een gigantische snoepwinkel. En dat is fantastisch. Toch?
Bij Musicmaker is iedereen, de een actiever dan de ander, muzikant. We weten allemaal hoe je kunt verlangen naar dat ene instrument dat je nooit zult kunnen betalen, of de band die je voelen kunt met dat goedkope tweedehands gitaartje dat je ooit op de kop tikte en je al jarenlang trouw bijstaat. Daarom zijn we allemaal gearfreaks en volgen we het al het instrumentennieuws op de voet. Want een instrument is slechts een ‘werktuig’, maar wel eentje dat je diepste gevoelens vertolkt en daarom kan de band met je instrument een heel persoonlijke zijn.
En precies daarom roept een bezoek aan een instrumentenbeurs tegenstrijdige gevoelens op. Want hier besef je ineens dat die instrumenten waar je zo aan verknocht bent, uiteindelijk ook maar gewoon handel zijn. Fabrikanten proberen elkaar af te troeven met indrukwekkende presentaties, overal lopen handelaren druk telefonerend rond en staan mannen in pak elkaar ervan te overtuigen dat hun product echt de moeite waard is. En voortdurend wordt de illusie gevoed dat een nog duurdere gitaar en een nog beter klinkend effectpedaal écht een betere muzikant van je zal maken.
Maar goed beschouwd: als er niets verdiend wordt in deze business is het domweg niet mogelijk om al die mooie instrumenten te maken. Hoe toegewijd een instrumentbouwer ook kan zijn, zonder geld in het laatje houdt het al snel op. Oppervlakkig gezien kan het harde zakendoen je als muzikant een beetje een wrange bijsmaak geven, maar eigenlijk mogen we al die heren in pak dankbaar zijn voor hun werk. Zij zorgen er voor dat de winkels gevuld blijven met instrumenten. Instrumenten waarvan wij er ooit eentje zullen bezitten en dat de vertolker kan worden van onze meest persoonlijke muzikale ideeën.
André Dodde




